Wetenschappelijk onderbouwen
van het project

De oorspronkelijke opzet was om Nederlands te onderwijzen, maar dan spelenderwijs en in een buitenschools kader. Na overleg met Prof. Dr. Piet van de Craen (VUB) werd CLIL het aangewezen instrument. CLIL/EMILE (Content and Language Integrated Learning/Enseignement d’une Matière par Intégration d’une Langue Étrangière) is een didactiek die gepromoot wordt door de Europese Commissie voor taalonderwijs aan kinderen (7-17 jaar). Het biedt jonge kinderen de mogelijkheid om een taal op een natuurlijke manier te leren. Hierbij wordt de aandacht niet gericht op de taal zelf, maar op de vakinhouden. De  onderwijsdoelen richten zich zowel op het affectieve als op het cognitieve niveau: het bereiken van een nog grotere tevredenheid over de leerstof en een betere en vluggere verwerving van de Nederlandse taal.

We gebruiken het Europees referentiekader om te meten welk niveau de kinderen na respectievelijk 1, 2 of 3 jaar behalen.

Eigen materiaal werd ontwikkeld, gesteund op enerzijds wetenschappelijk onderzoek door Annelies Peeters (zie haar Masterscriptie over dit project) en anderzijds jarenlange ervaring in NT2 (Nederlands onderwijzen als 2de taal).

Praktisch worden de lessen gegeven door vrijwilligers (licentiaten en  universiteitsstudenten ), die zelf ook al een onderwijservaring hebben en een nauw contact onderhouden met de anderstalige gemeenschap.